Een stukje geschiedenis

Share on Facebook

Tulpen uit Turkije

Onze bekendste bloembol is de tulp. Tulp komt van het woord Tulipa. Dat is Latijn en het betekent: de bloem die lijkt op een tulband. Een vreemde naam? Niet als je weet, dat tulpen al tijdens de Middeleeuwen werden gekweekt en verhandeld in Turkije. En daar droegen de mannen in die dagen een tulband. Vandaar! Wat nou zo aardig is: onze tulpen stammen af van die uit Turkije.

Rond 1550 was Turkije een machtig land. In die tijd leefde daar de rijke sultan Soeleiman. Zijn paleistuinen stonden vol met de mooiste tulpen. Hij was tenslotte rijk en rijke mensen hebben veel geld over voor luxe dingen. Daar hoorden ook tulpen bij, want tulpen stonden in hoog aanzien. Je kunt het je nauwelijks voorstellen maar een mensenleven was toen minder waard dan één enkele tulp!

Een duur cadeau

De sultan was erg zuinig op zijn tulpen. Alleen aan heel beroemde gasten gaf hij wel eens een paar bollen cadeau. Zo'n beroemde gast was bijvoorbeeld meneer de Busbecq, een edelman uit Vlaanderen, die als gezant naar Turkije was gestuurd. De Busbecq gaf de tulpenbollen weer aan een vriend, een zekere Carolus Clusius. Deze Clusius was hoofd van de kruidentuin van de keizer van Oostenrijk. Daar, in die tuin kregen de tulpen een ereplaats

Geschiedenis 1

Bollenhandel

Later vertrok Carolus Clusius naar ons land. Hij werd professor aan de universiteit van Leiden en tegelijk de baas over de kruidentuin van de universiteit. De tulpen nam hij natuurlijk mee. Hij deed er allerlei proeven mee. Maar, hoe mooi en hoe zeldzaam ze ook waren, verkopen deed hij ze niet. Op een nacht gebeurde het. Een aantal van zijn mooiste tulpenbollen werd uit de tuin gestolen. Met die gestolen bollen uit Turkije begon de bollenhandel in Nederland!

De windhandel in tulpenbollen

In het begin konden alleen heel rijke mensen tulpen kopen. Het was dan ook heel deftig tulpen in je tuin te hebben. Vooral gevlamde en gestreepte soorten waren in de mode. En wat gebeurde er? De prijzen schoten omhoog!

Heel veel mensen zagen het wel zitten om heel snel veel geld te verdienen. Ze waagden een gokje en gaven soms al hun bezit voor één enkele bol. Of liever gezegd, voor een stuk papier. Daar stond dan op dat je de nieuwe eigenaar was van een tulpenbol. De bol zelf kreeg je niet te zien. Die zat nog ergens in de grond. Soms ook bestond die bol zelfs helemaal niet. Het was de bedoeling om het papier vervolgens weer te verkopen. Natuurlijk met veel winst, want daar ging het om. Er werden belachelijk hoge prijzen betaald.

Een bedrag van bijvoorbeeld f 4.000, - (€ 1.820,00) voor één bol was helemaal niet ongewoon. Voor zeldzame bollen werd soms wel f 13.000, - (€ 5.910,00) gevraagd! Deze vreemde handel wordt de ‘tulpenwindhandel'genoemd.

Geschiedenis 2

Duur en apart

De windhandel in tulpenbollen duurde maar kort: 1634 tot 1637. Toen maakte de regering er een eind aan. Sommige mensen waren in die paar jaar schatrijk geworden. Anderen waren minder gelukkig geweest en hadden al hun bezittingen verloren.

Het waren rare tijden, maar de belangstelling voor bollen was heel groot geworden. Ook in het buitenland en dat is altijd zo gebleven. Het duurde vele jaren voor er in meer tuinen bloembollen kwamen. Ze bleven duur. Pas zo'n honderd jaar geleden veranderde dat. Maar ook daarna bleven bloembollen nog lange tijd iets aparts. Tegenwoordig is dat heel anders

Bloembollen zijn niet duur meer en ook niet apart. Ze zijn bovendien overal te koop. Daardoor zie je ze nu in bijna elke tuin.

Heel lang waren tulpen, narcissen en hyacinten de belangrijkste bloembollen. Veel mensen denken dat het nog zo is. Er is echter heel veel veranderd. De tulp is nog steeds bloembol nummer één.

Bijna de helft van alle bollenvelden staan vol met tulpen.