Alles over Tulpen!

Uniek Tulpenboek

Het zeventiende eeuwse document met 104 tulpen, handgeschilderd door Jacob Marrel, schetst de totale economische gekte rond Nederlands beroemdste bloem in de Gouden Eeuw. Het boek zelf is nu ook een kapitaal waard.

Het huis van de voorname familie Six aan de Amsterdamse Amstel wordt al ruim twee eeuwen op afspraak opengesteld voor publiek. Vrijwel iedere dag kan een klein gezelschap de wondere wereld van de Six-dynastie bewonderen. Tussen de schilders Govert Flinck, Nicolaes Maes, Jacob van Ruysdael, Frans Hals en Paulus Potter is het portret van Jan Six de Eerste, geschilderd door zijn goede vriend Rembrandt van Rijn, het absolute hoogtepunt.

De tiende Jan Six (72) beschikt sinds dit jaar over het ‘Tulpboek’. Het was na negen generaties in bezit gekomen van zijn tante. Zij schoof vlak voor haar dood de verantwoordelijkheid naar haar zoons. Als neef Six het boek wilde hebben, moest-ie het maar met hen regelen. Six: ,,Zij wilden een marktconforme prijs. 750.000 euro moesten we betalen om het aan de Collectie Six toe te voegen. Het geld daarvoor heb ik moeten lenen.”

Gelschieters

Met de geldschieters heeft hij de afspraak dat hij tot 31 december 2019 de tijd krijg om 104 schenkers voor het boek te vinden. Ik zoek nu de aandacht om het boek in de schijnwerpers te krijgen. Als wij de deal niet voor Oudjaar rondkrijgen, gaat het ‘Tulpboek’ zeker naar Amerika of een van de Arabische landen. Dat zou ongelofelijk jammer zijn. Ik heb nog 32 vrijgevige Nederlanders nodig die 7500 euro willen doneren.”

Six: ,,De tijd dringt. Ik hoop met heel mijn hart dat we in Nederland snappen wat een uniek historisch document dit is.”

Het Tulpboek is van bijzondere waarde voor de familie Six vandaar dat hij het boek graag in het familiebeheer wil hebben. De eerste Jan trouwde in 1655 met Margaretha Tulp, de dochter van de vermaarde arts, die vooral bekendheid geniet door Rembrandts meesterwerk ‘De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp’. Het boek is waarschijnlijk eigendom van hem geweest en past perfect bij andere erfstukken in de Collectie die naar Tulp verwijzen, zoals een marmeren buste van de goede man en een grote vergulde zilveren beker van zilversmit Johannes Lutma in de vorm van een tulp.

De Sixen zitten al vier generaties in een spagaat. De overgrootvader van de tiende Jan voorvoelde dat de collectie uit elkaar zou worden getrokken als deze zou vererven over zijn zes kinderen. En dus richtte hij in 1922 een stichting op. De successierechten werden betaald met schilderijen die minder met de familie te maken hadden, zoals het Melkmeisje en Straatje van Johannes Vermeer (!). De nazaten beheren de collectie sindsdien nog altijd en maken deze, conform de stichtings-statuten, nimmer te gelde.

Economische bubbel

Het Tulpboek geeft een uniek kijkje in de Nederlandse geschiedenis: het is een overzicht van de eerste economische bubbel, die de wereld ooit kende. De ogen van Jan Six lichten op. ,,Amsterdam was in die tijd het centrum van de wereld en de tulp werd het ultieme symbool van welvaart. In 1636 werd de handel steeds doller. Sommige bloemen schoten in een maand tijd van 21 gulden tot boven de 1000. Dat was het jaarsalaris van een predikant! Het ging op een gegeven moment niet meer om de bollen zelf. Die stond alleen nog symbool voor een geldwaarde. Het was wachten op het crashen van de markt. Dat gebeurde ook op 5 februari 1637. Daarom is dit boek zo waardevol voor Nederland: het laat een stukje historie zien van een van onze belangrijkste exportproducten. Ik ben dan ook zeer stellig dat dit boek voor altijd binnen onze landgrenzen behoort te blijven.”

Jan Six heeft nog 32 kunstliefhebbers nodig die willen bijdragen aan het behoud van het Tulpboek voor Nederland. ,,Ik leur me vanaf januari een slag in de rondte en ik heb tot nu toe 72 geïnteresseerden over de streep getrokken, maar we hebben nog maar drie maanden. Ik begin ‘m toch ook een beetje te knijpen.”

Als het hem lukt, zal het boek niet alleen in huize Six te bewonderen zijn. Six senior zal het geregeld uitlenen aan musea. Met een knipoog: ,,En dan denk ik ook gelijk aan de Keukenhof! Dat de tulpen daar in bloei staan en het boek er een keer tussen ligt. In zo’n prachtige grote glazen tentoonstellingskast. Het grote publiek kan dan met eigen ogen zien, wat een uniek kunstwerk dit is. Ik hoop dat met mij meer kunstkenners dat zo voor zich zien en over de brug willen komen om een deel van het boek te bekostigen. Voor Nederland… omdat dit niet verloren mag gaan.”