Alles over Tulpen!

Hoe groeit een tulp

De telers van bloembollen ontdekten al lang geleden dat de grond achter de duinen erg geschikt is. Bollen hebben namelijk een hekel aan veel water. Daar hebben de zogenaamde geestgronden achter de duinen geen last van. Het regenwater zakt er gemakkelijk door. En het grondwater zit er diep.

Bollen houden ook van kalk in de bodem. Dat is op de geestgronden ook al geen probleem. Zo vlak bij de zee zit er veel schelpengruis in de bodem.

Heel lang hebben de telers gedacht dat je alleen op deze geestgronden bloembollen kon kweken. Dat is ook zo voor narcissen en hyacinten. Maar later deden ze een belangrijke ontdekking. Tulpen, lelies en gladiolen deden het ook prima op lichte klei. Je ziet nu dan ook in vele andere delen van ons land bloembollenvelden.

Het telen van bloembollen

Als de bollenvelden bloeien, gaan veel mensen kijken. Voor de telers zelf zijn de bloemen niet belangrijk. Zij willen alleen maar dikke bloembollen telen. Daar gaat het om. Hoe dikker de bloembol, hoe meer geld hij opbrengt. Geen wonder dat de teler er alles aan doet om het de bloembollen naar de zin te maken. Dat begint al met het klaarmaken van de grond. Het grondwater op de geestgronden zit heel diep. Er kan dus diep worden geploegd. Zo krijgen de bloembollen steeds opnieuw verse grond.

Maar er is meer nodig. Mesten bijvoorbeeld, want zoveel voedsel zit er niet in de grond achter de duinen. Daarom gaat er mest of compost door. Dat hebben de bollen nodig om extra groot en dik te worden. Ploegen en mesten is dus belangrijk. Pas als dat klaar is gaan de bollen de grond in. Dat gebeurt in oktober. De telers gebruiken er machines voor. Daarna worden de velden afgedekt met stro of riet. Op die manier worden de bollen beschermd tegen de ergste winterkou. Bovendien kan het zand zo niet wegstuiven.

De oogst

Na het koppen van de bloemen, staan alleen de stengels en bladeren nog op het veld. Daarin wordt het voedsel voor de bol gemaakt. Als de planten geel zijn geworden, hebben de bloembollen genoeg voedsel opgenomen.

Zo tussen half juni en begin augustus worden ze uit de grond gehaald, dit noemen we ‘rooien'. Na het rooien worden de bollen gedroogd en schoongemaakt. Ook worden de jonge bolletjes van de dikke bollen gehaald. Dat schoonmaken noemen we ‘pellen'. De grote, dikke bollen worden verkocht. De kleintjes gaan in het najaar weer de grond in.

Nieuwe kleuren en vormen

Tulpen zijn er in enorm veel kleuren en vormen. En nog steeds komen er nieuwe bij. Elke nieuwe tulp krijgt een eigen naam. Dat kan een fantasienaam zijn. Maar tulpen worden ook wel genoemd naar beroemde zangers, prinsessen en andere bekende mensen.

Allereerst wordt gevraagd welke kweker een nieuwe bolbloem heeft en of hij die wil vernoemen naar een bekend persoon. Dat kan voor hem extra geld opleveren, omdat er veel naar deze nieuwe tulp wordt gevraagd, als er veel over wordt geschreven of zelfs op televisie komt. Deze nieuwe tulp heeft eerst nog een nummer en wordt dan gereserveerd bij de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB). Die kijken ook of de naam nog "vrij" is.

Daarna wordt er een echt ‘doopcertificaat' gemaakt, dat bij de "doop" wordt ondertekend door de kweker en de persoon waarna de tulp wordt vernoemd.

De veelbelovende bloem krijgt water of champagne of ander vocht over zich uitgestort en gaat als het goed is een lang leven tegemoet.

Hoe komt een kweker aan een nieuwe tulp?

Stel je voor dat er een hoge gele tulp is. Iedereen vindt de kleur en de vorm prachtig. Maar het is zo jammer, dat de stengel zo slap is. En eigenlijk zou hij vroeger moeten bloeien. Nu is er ook een lage, witte tulp. De vorm is niet zo mooi, maar hij bloeit vroeg. Dan gaat de kweker de twee tulpen kruisen. Een beetje stuifmeel van de ene bloem op de stamper van de andere bloem aanbrengen.

Daarna gaat hij er zaad van winnen. Uit het zaad kweekt hij bollen. Na ongeveer vijf jaar gaan die bollen bloeien. Dan is er een kans dat de kweker krijgt, wat hij wilde: een tulp met de goede eigenschappen van de gele én van de witte tulp. In dit geval dus een vroege bloeier, laag en met een mooi gevormde bloem.

Je merkt wel, dat zoiets niet zomaar eventjes gaat. De kweker moet een eerste klas vakman zijn met veel geduld. Anders komt er niets van terecht!