Alles over Tulpen!

Museum Zwarte Tulp op de kaart

Of Werner van den Belt iets met bollen heeft? Zeker. Op de middelbare school was werken in de bollen zijn vakantiebaan. ,,Om zes uur, half zeven op de fiets vanuit Hoorn naar Blokker, Zwaagdijk of Andijk om bollen te rapen. Ik heb nooit van mijn leven meer zo hard gewerkt. Maar hoe zwaar het werk ook was, het gaf wel voldoening. Je had ’s avonds wel echt het gevoel dat je wat had gedaan. Met deze baan is de cirkel rond.’’

Sinds een maand is de 52-jarige Amsterdammer directeur van museum De Zwarte Tulp, voorlopig voor drie dagen per week. Hij heeft er zin, straalt hij uit. En hij barst van de ambitie. Prikkelende, korte tentoonstellingen, het liefst meer tegelijkertijd waarbij cultuurhistorie en kunst veel nauwer met elkaar worden verweven dan nu, daar ligt voor hem de toekomst van het museum. Bij het publiek moet het gevoel ontstaan: in de Zwarte Tulp is altijd wat nieuws te zien, daar moeten we echt weer even binnenlopen. Zijn grote voorbeeld is het Haags gemeentemuseum, dat al vele jaren op die manier werkt. ,,Bezoekers moeten hier voor 50 procent worden bevestigd in het beeld dat ze van het museum hadden en voor 50 procent worden verrast door wat ze hier aantreffen’’, vat hij het samen. Om een paar tellen later te corrigeren: ,,Maak daar maar 60 procent en 40 procent van.’’ Want veranderingen doorvoeren, dat ligt gevoelig, weet hij al na een paar weken.

Volgende stap

Er is veel gebeurd de afgelopen jaren, constateert hij tevreden: ,,Dit museum is ontstaan als clubhuis voor bollenkwekers en mijn voorgangster Sabine Huls heeft hard gewerkt om het te professionaliseren. Nu is het tijd voor de volgende stap. We moeten van een regionaal naar een bovenregionaal museum gaan. We moeten de cultuurhistorie bewaren, maar daarbij wil ik de scheiding tussen cultuurhistorie en kunst opheffen.’’

,,Neem de tentoonstelling van bollenschilder Anton Koster. Die was heel succesvol en ik ben nu bezig met een vervolg, waarbij ik het wat breder wil trekken. Als je bijvoorbeeld kijkt naar welke kunstenaar dan ook sinds 1880: allemaal hebben ze wel iets gedaan met de bollenvelden. Jan Toorop, Claude Monet, Piet Mondriaan, Vincent van Gogh, allemaal. Een van mijn ambities om Van Goghs schilderij ’Flower beds in Holland’ uit de National Gallery in Washington hier in Lisse te krijgen.’’

Ook moderne kunstenaars putten inspiratie uit de bollenvelden, zoals de Chinese Zhuang Hong Yi. Hij staat op de rol staat voor komend jaar. Werk van de Duitse fotograaf Andreas Gursky staat op het verlanglijstje en binnenkort is er werk van de Nederlandse fotografe Carla van de Puttelaar te zien. Zij combineert in haar nieuwste foto’s naakt met bloemen. Dat er bloot op de foto’s te zien is, heeft intern al voor enige commotie gezorgd.

Ook het weghalen van een deel van het meubilair uit de plankje voor plankje gerestaureerde directiekamer van de steenfabriek - de comparitie - is hem niet in dank afgenomen. Maar ja, als je meer kleine tentoonstellingen wilt organiseren, heb je ruimte nodig. Het weggehaalde meubilair komt overigens virtueel terug, met het bijbehoorende verhaal. Want: ,,Het verhaal van de comparitie, van de steenfabriek, is belangrijk. Maar als je dat niet kunt vertellen, dan is het dood. Dat bedoel ik met doorontwikkelen, al weet ik best hoe gevoelig dat ligt.’’

Het verhaal van de bloembollencultuur vertellen en actueel houden, daar ziet hij wel mogelijkheden voor. Van den Belt wil aan de slag met ’oral history’ het vastleggen van verhalen over hoe het was en hoe het is. Hoe langer je daarmee wacht, hoe meer verhalen nooit meer worden verteld. Want ook dat weet hij heel goed: veel beelden van vroeger geven een geromantiseerd beeld van het bollenvak.

Onderwijs

Om het museum te verankeren in de streek, wil hij veel meer gaan doen met het onderwijs: ,, Biologie, tekenen, natuurkunde, economie, aardrijkskunde: met wat we hebben kun je voor alle vakken op de middelbare school hier lessen organiseren.’’

Ook voor thema’s als identiteit, culturele verschillen en immigratie ziet hij mogelijkheden. ,,Kijk eens hoe de bollencultuur zich heeft ontwikkeld en wat dat heeft betekend voor de identiteit van de Bollenstreek. Nederland heeft zijn Gouden Eeuw vooral te danken aan Vlamingen die naar Nederland kwamen op de vlucht voor de Spaanse bezetters, nu zie je hoe Poolse arbeiders ontzettend belangrijk zijn voor de bloembollencultuur. De tulpencultuur geeft ook een beeld van culturele verschillen: Russen willen tulpen met een kartelrandje, Amerikanen willen kleine brede tulpen, Turken houden van lange smalle tulpen en wij zijn gek op virustulpen. Het is interessant om hoe opvattingen over schoonheid verschillen. Aan de hand van de tulpenhandel kun je laten zien hoe culturele diversiteit in elkaar zit, het kan je helpen je over je eigen gedachtewereld heen te zetten en te laten zien dat er heel veel verschillende waarheden zijn.’’

Ondergrens

De grote uitdaging voor Van den Belt is om meer bezoekers te trekken. De vorig jaar bereikte mijlpaal van 10.000 bezoekers is wat hem betreft een ondergrens. Een verdubbeling is zijn eerste doel. Eén procent van de Keukenhofbezoekers binnenhalen is daarvoor genoeg. Dat moet volgend jaar gaan lukken. ,,En het jaar daarop twee procent.’’ Hij gaat er komende week over in gesprek met touroperators. Het plan om panorama Tulipland een vaste plek te geven in een uitbouw op het Heemskerkterrein onderschrijft hij uiteraard helemaal. Toen het nog te zien was, bleek het immers een toeristenmagneet. ,,Uiteindelijk gaat het ook gewoon om echt geld. Nu komt het voor een groot deel van een klein aantal gildeleden. Maar die zijn over twintig jaar dood. Dat is een reden voor urgentie, om het museum echt op de kaart te zetten. En ik ben hier niet gekomen om op mijn stoel te gaan zitten.’’

Bron: Foto en tekst: Leidsch Dagblad